In vrijwel alle letselschadezaken is het een cruciaal stuk: het medisch advies. Helemaal toegespitst op het uitbrengen van snelle, heldere en gespecialiseerde adviezen is het Medisch Advies Bureau (MAB) in Amsterdam. MAB verzorgt vanaf 2018 het medisch adviesrapport dat noodzakelijk is voor het bepalen van de klachten en beperkingen van een letselschadeslachtoffer. Medisch directeur dr. René Tan was er bij vanaf de start, maar neemt deze zomer afscheid. Met wat zorgen voor de toekomst, maar toch ook goede hoop.
De vanwege het bereiken van de AOW-leeftijd stoppende medisch directeur bekleedde in de medische wereld diverse betrekkingen. “Ik heb na mijn artsenopleiding eerst klinisch werk en onderzoek gedaan, ben bedrijfsarts en verzekeringsarts geweest, heb advisering gedaan, en ben toen als medisch adviseur bij een verzekeraar begonnen. Daarna ben ik overgestapt naar de slachtofferkant, mede door de komst van letselschadebureau JBL&G, eerst in Assen, later in Amsterdam. Oprichter Yvonne Hooijenga was daarmee in 2011 begonnen, maar ze was met name ontevreden over de medische adviezen die ze kreeg in letselschadezaken rond medische fouten. Dus in eerste instantie ben ik alleen gestart met medische fouten, maar dat is in de loop der jaren nogal uitgebouwd en uitgebreid.”
“In de jaren daarop kregen de juristen van JBL&G steeds meer vragen over door wie zij hun medische adviezen lieten doen, en of hun collega’s ook geen gebruik zouden kunnen maken van die diensten. Om belangenverstrengeling te voorkomen is toen in 2018, los van het letselschadebureau, MAB ontstaan, het Medisch Advies Bureau, puur en alleen voor medische adviezen bij letselschade. Nu konden we ook externe partijen gaan bedienen, en we zijn de jaren daarna flink gegroeid.” René Tan zelf werd medisch directeur van MAB, Yvonne Hooijenga algemeen directeur, maar zij werd onlangs al opgevolgd door de huidige directeur Ivonne van Delft.
Veel specialisten
René Tan: “We zijn steeds meer medisch specialisten van buiten gaan inzetten. In veel zaken is het advies nu eenmaal sterker en duidelijker wanneer dat van een specialist komt die er echt verstand van heeft, in plaats van een advies dat afkomstig is van een algemene verzekeringsarts. Dat is dus in grote tegenspraak met wat de meeste verzekeraars zelf doen: die laten hun medische adviezen nog steeds overwegend opstellen door verzekeringsartsen. Maar hun opleiding is geen klinische opleiding, ze staan niet ook nog in een eigen dagelijkse praktijk, en ze krijgen ook niet te maken met patiënten zelf, of de behandeling daarvan. Verzekeringsartsen kennen de ziektebeelden vrijwel alleen maar van papier, en krijgen haast nooit echte mensen te zien.”
De verzekeraars pleiten er al jaren voor alle medische adviezen voortaan uit te laten brengen door louter verzekeringsartsen, want die zouden de beperkingen bij letselschade het beste kunnen beoordelen. Elke adviseur die een medisch advies uitbrengt, zou dan dus verzekeringsarts moeten zijn. René Tan: “Daar zijn we het niet mee eens, en veel meer bureaus gelukkig ook niet. Een specialist met een eigen praktijk, die dagelijks patiënten ziet, heeft vaak een veel beter beeld van de consequenties van letsel voor het dagelijks leven. Nog los van het feit dat ze meer kennis bezitten op hun vakgebied. De opdracht van verzekeringsartsen is vooral de schade zoveel mogelijk beperken voor de verzekeraar, ze worden getraind alle claims zo laag mogelijk te houden. Hun grondhouding bij elke patiënt met letselschade is eigenlijk: is het wel waar wat die patiënt vertelt? Ik vind dat een verkeerd uitgangspunt, want het aantal fraudegevallen is maar heel beperkt. Een ongeval heeft vaak een behoorlijke impact op mensen. Ze kunnen niet meer werken, krijgen financiële problemen, kunnen hun hobby’s niet meer uitoefenen, kortom: de prijs is hoog. Die prijs ga je echt niet betalen alleen maar voor een vergoeding van de verzekeraar hoor, dat is een zeer slechte ruil. Je krijgt zelden zoveel vergoed als je aan werkelijke kosten en ellende hebt.”
Sinds de oprichting in 2018 is het bureau alleen maar aan het groeien. Het kan inmiddels putten uit bijna honderd artsen en specialisten uit tal van disciplines: van huisarts tot tandarts, van traumachirurg tot internist, van orthopeed tot neuroloog, zodat in vrijwel alle letselschadezaken medisch advies kan worden uitgebracht zonder weer te hoeven doorverwijzen. Enkele honderden letselschadebureaus en advocatenkantoren hebben de afgelopen zeven jaar al geprofiteerd van die werkwijze. Medisch directeur René Tan: “Letselschadebelangenbehartigers willen ook liever goed advies van een onafhankelijke medisch specialist, dat bleek ook uit de enquête die we bij het eerste lustrum van MAB hebben gehouden. Het wordt erg gewaardeerd dat wij juist specialisten inzetten die ook zelf in de praktijk werkzaam zijn, in plaats van verzekeringsartsen die alleen maar zaken van papier kennen.”
“Er zijn ook gewoon veel te weinig verzekeringsartsen, dat is ook nog een punt. Je ziet nu al dat ook verzekeraars zelf niet-verzekeringsartsen moeten inzetten voor medische adviezen, omdat er verder niemand te krijgen is. Momenteel worden er ook niet-artsen ingezet bij dit traject, en is alleen de handtekening onder het advies van een geregistreerde verzekeringsarts.”
Opleiding en keurmerk
Naast zijn werk voor MAB is Tan ook al jarenlang bestuurslid van de GAV, de Nederlandse Vereniging van Geneeskundig Adviseurs in particuliere Verzekeringszaken, kortweg Geneeskundig Adviseurs Verzekeringszaken. De GAV, waarvan hij ook deze zomer afscheid neemt als bestuurslid, is een beroepsvereniging, gericht op het bevorderen van de kennis van haar leden. De leden zijn artsen die werkzaam zijn als geneeskundig adviseur in de particuliere verzekeringsgeneeskunde. “Vanuit de GAV zijn we al tijden bezig met een opleidingsplan voor medisch specialisten die adviseren in letselschadezaken. Daar zit wel enig schot in, maar het gaat langzaam.”
“Binnen de Letselschade Raad zijn ze bovendien bezig met nieuwe richtlijnen voor medische adviesbureaus. Er was eigenlijk nog helemaal geen soort kwaliteitszegel of keurmerk voor medische adviesbureaus, maar dat wordt dus nu ontwikkeld. Kern daarvan is echter het advies van de GAV, dat minstens de helft van de adviseurs verzekeringsarts moet zijn, dus dat sluit straks een heleboel adviesbureaus uit van die kwaliteitsnorm, waaronder MAB. Maar we kunnen natuurlijk wel gewoon door blijven werken, het is tenslotte niet verplicht aan die eisen te voldoen. En tja, moet je dan je hele organisatie om gaan gooien om daar wél aan te voldoen? Ik denk dat je uit moet gaan van je eigen kracht: wij doen het hartstikke goed, en gaan daarmee gewoon zo door. Dit speelt bovendien al jaren, en het kan nog wel een aantal jaren duren voor het allemaal rond is.”
1 adviseur?
Een discussie die ook al jaren speelt, is die van het inzetten van slechts één medisch adviseur, voor dus zowel het slachtoffer als de verzekeraar. Het zou in principe een hoop tijd, geld en gedoe kunnen besparen, maar er kleven ook nogal wat bezwaren aan. René Tan: “In een ideale wereld zou dat een goede oplossing zijn, en in theorie zou ik er wel achter kunnen staan. Maar het moeten dan natuurlijk wel onafhankelijke adviseurs zijn, dat is toch wel het eerste uitgangspunt. En tja, dan is de vraag: wie is dat, en wat is onafhankelijk? Wanneer iemand is opgeleid door de verzekeraar die de schade moet betalen, hoe onafhankelijk ben je dan? Letselschadebehartigers kijken natuurlijk sowieso wantrouwig naar zo’n zogenaamd onafhankelijke medisch adviseur, maar ook voor het slachtoffer is het in zo’n geval misschien slecht te verteren als de uitkomst van het advies ongunstig is. In theorie zou het moeten kunnen, maar in de praktijk zitten er echt nog wel wat haken en ogen aan.”
De toekomst van medisch adviesbureau MAB ziet de scheidend medisch directeur, ondanks alle onzekerheden over de nieuwe regelgeving, toch met vertrouwen tegemoet. Zijn advies is dan ook het huidige beleid van medische advisering door medische specialisten te blijven doorzetten. “Het blijft zinnig medische adviezen uit te brengen met de belangen van het slachtoffer voor ogen. Kijk je bijvoorbeeld naar de medische adviezen die verzekeringsartsen uitbrengen in alle zaken over whiplash, dan is het standaardverhaal altijd: ‘Jongens je mag drie maanden zeuren, maar dan is het ook klaar’. Veel anders komt er doorgaans niet van die kant, en als dat niet tegengesproken wordt, zou iedereen met whiplashklachten na drie maanden gewoon weer aan het werk moeten. Terwijl wel duidelijk is dat voor veel mensen na drie maanden het verhaal nog lang niet af is … Dan is het zeker van meerwaarde om bijvoorbeeld een huisarts het advies te laten schrijven. Die ziet tenslotte dagelijks mensen in vergelijkbare situaties en begrijpt de problemen waar de mensen tegenaan lopen.”
Deel dit artikel:
